klokje-gped

Home

St. Vaassen.Nu

Agenda Vaassen e.o.

Alle info Vaassen

Laatste Nieuws

Sport Nieuws

 

‘t Loar

Geschiedenis Vaassen

Verhalen van Freek

Foto’s en videofilms

Oude foto’s en films

Muziek uit Vaassen

Uw (creatieve) bijdrage

Evenement aanmelden

Contact

www.vaassen.nu alles over Vaassen, iedere dag nieuw!

DE JEEP.
In 1945 maakte Nederland kennis met een nieuw type voertuig genaamd de Jeep. De naam Jeep is afkomstig van de Engelse klank van de letters G.P. en deze afkorting komt van de woorden General Purpose. De vertaling hiervan is “algemene doeleinden”. Met andere woorden: de Jeep kon overal voor gebruikt worden. Het is de auto dat het symbool van onze vrijheid geworden is! De Jeep uit de oorlog is een vierwielig voertuig dat op alle wielen werden aangedreven door een motor met een vermogen van 54 pk. De auto had de grootte van een personenwagen, er was een voor en een achterbank ingebouwd en deze bood plaats aan een chauffeur en drie passagiers. De auto was inzetbaar voor het vervoer van de meest uiteenlopende zaken en kon zowel op de weg als op een onverhard terrein goed vooruit komen. Het werd een betrouwbaar, onmisbaar en een heel populair voertuig voor de geallieerden in de oorlog. Van oorsprong was het een auto die door de Amerikanen in 1941 werd ontworpen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er ruim 639000 exemplaren gebouwd. De onderdelen werden in Amerika gefabriceerd en deze gingen in kratten per boot naar Engeland om op de lopende band aldaar geassembleerd te worden. Iedere drie minuten kwam er zo een Jeep gereed. Vaak was er achter aan de Jeep een één-assige aanhangwagen gekoppeld. Bij de operatie Market Garden op 17 september 1944 werden er rondom Arnhem honderden Jeeps gedropt met behulp van parachutes.
0p 17 april 1945 werd Vaassen bevrijd. De toenmalige directeur Jan van Achterberg van de N.V. Industrie zag de Jeep voor het eerst door Vaassen rijden en kreeg toen een geniaal idee. Deze unieke auto moest in miniatuur nagebouwd kunnen worden in zijn bedrijf. Er lag nog genoeg restafval van aluminium en zink in alle hoeken en gaten van de fabriek. Deze grondstoffen en een oude smeltoven hadden de Duitsers niet meegenomen. Alle andere aanwezige machines en materialen van voor de oorlog waren door de bezetter geroofd of vernield. Er werd op schaal een tekening gemaakt en kort daarna was het gietmodel klaar voor productie. En zo werden de eerste Jeep modellen met een lengte van 14 centimeter gegoten van zink en aluminium. De banden, de jerrycan en het stuur werden apart gegoten. En dit eerste product van na de oorlog bleek uiteindelijk een groot verkoopsucces. De vraag naar speelgoed was erg groot, omdat er verder nog niets te koop was zo kort na de oorlog. De productie werd opgevoerd en de Industrie had weer volop werk. Er werden er uiteindelijk bijna 75000 van deze bijzondere Jeep uit Vaassen verkocht. De prijs bedroeg 2 gulden per stuk en tegen een meerprijs was er ook nog een éénassige aanhangwagen verkrijgbaar. Met de opbrengsten van dit eerste product in 1945 kon de fabriek weer verder opgebouwd worden. Reeds enkele jaren later werd bij de N.V. Industrie de duizendste werknemer in dienstbetrekking genomen. Deze enorme snelle groei van het bedrijf was voor een groot deel te danken aan de Jeep. In 1947 begon machinefabriek “Werklust” aan de Julianalaan te Vaassen met de productie van wielladers. Een wiellader was de voorloper van wat we nu een shovel zouden noemen. Door een gebrek aan tractoren werden de eerste wielladers gebouwd op een onderstel van een Jeep. En deze vinding van Werklust bleek een groot succes. De vraag naar deze grondverzetmachine was groter dan dat men in Vaassen kon produceren. Mede door de Jeep was de firma Werklust binnen enkele jaren uit haar jasje gegroeid en moest noodgedwongen verhuizen. Na wat tegenwerking van de gemeente Epe vertrok dit bedrijf helaas uit Vaassen. Zo ging er in het dorp Vaassen een stukje  werkgelegenheid verloren wat toen beslist niet nodig was geweest. Werklust vestigde zich in 1953 in Apeldoorn in een grote hal aan het kanaal, dat daarvoor dienst gedaan had als busgarage. Onze bevrijders hadden genoeg van deze ijzersterke voertuigen na de oorlog in Nederland achtergelaten en daardoor kon de Jeep gebruikt worden voor allerlei doeleinden. Zelfs het liedje met de titel  “De Jeep van Jansen” werd een tophit. Een ander liedje met de volgende tekst werd ook heel populair:
Trees heeft een Canadees. O, wat is dat kindje in der sas. Trees heeft een Canadees. Samen in de Jeep en dan vol gas.
Op de foto’s is te zien: De-Jeep-met-aanhanger-tijdeEen Jeep passeert op 17 april 1945 de noodbrug bij de sluis in Apeldoorn
jeepindustriefreek
Een originele miniatuur Jeep met aanhanger, zoals in 1945 werd gemaakt door de N.V. Industrie te Vaassen. Jeep-van-Werklust  De eerste wiellader gemaakt door Werklust in Vaassen op een onderstel van een Jeep. De foto is gemaakt op het kruispunt Julianalaan, Koninginneweg, Prins Hendrikweg en Koekoeksweg te Vaassen.                                                                                            Freek Bomhof.  
Terug

Een windmolen op de grens van Vaassen en Nijbroek.
Op de Geere in Nijbroek stond volgens de geschiedschrijvers al in 1328 een windmolen. Wat er met de windmolens in het verleden is gebeurd is niet bekend. Vroeger was de levensduur van een in bedrijf zijnde windmolen circa 250 jaar. Voordat de laatste molen is gebouwd moeten er zeker al twee of meer voorgangers bestaan hebben. Ook is er een groot vermoeden dat een voormalige molen op de Geere door brand is verwoest. Namen van een aantal vroegere molenaars zijn nog wel bekend. Ook is bekend dat de laatste windmolen ergens in Noord Holland gestaan heeft en in 1607 werd gebouwd. Deze diende als poldermolen voor de afvoer van binnenwater. In 1902 werd door Jan Willem Evert Schrijver een vergunning aangevraagd voor een molen en maalderij inrichting. In 1905 werd door de schoonvader van Schrijver, molenaar Willem Bessem uit Bathmen, de eerste steen gelegd voor de bouw van de molen. De molenmaker was de firma Beltman uit Deventer.
molennijbroek2
En het geheel kreeg de naam “De Volharding.” Het type molen was een grondzeiler, een bovenkruier met een achtkantige romp. De houten kap was gedekt met riet. De bovenbouw was ook van hout en gedekt met riet. De onderbouw was deels van steen en van houten planken. Behalve voor het malen van koren werd door de molen vroeger ook beukennootjes geslagen en gerst gepeld. De wieken waren voorzien van houten roeden. De vlucht was zelfs bijna 27½ meter. Dus het was een flinke molen. Deze molen stond 60 meter van de doorgaande weg van Vaassen naar Deventer. Deze verbinding was vroeger een niet onbelangrijke handelsroute. Jan Willem Evert Schrijver liet op 2 januari 1914 de wieken met de as verwijderen en daarna kon de molen niet meer door de wind aangedreven worden. Of er toen een petroleummotor in de molen geplaatst werd, zoals in de Vaassense molen is gebeurd, is mij niet bekend. Schrijver had een graanhandel en een bakkerij. Op het laatst was de molen nog in gebruik als voorraadschuur voor de opslag van meelproducten. Ondertussen had zoon Wim en dochter Mina de zaak overgenomen van vader Schrijver. De molen stond er ondertussen al een aantal jaren onttakeld bij. In 1960 werd er een sloopvergunning afgegeven en dat was het begin van het einde van “De Volharding.” De molen werd verkocht aan Amerikanen die deze ergens in Amerika wilden opbouwen om als windkorenmolen weer in bedrijf te nemen. Maar de kopers bleken totaal niet aan hun financiële verplichtingen te kunnen voldoen. De ondertussen gesloopte molen werd toen door molenbouwers gebruikt om met de bruikbare onderdelen andere windmolens in eigen land te kunnen restaureren. In 1963 was alles gesloopt en afgevoerd. Alleen een verhoogde aarden wal bleef er als herinnering over in het landschap van het buurtschap de Geere. De plek van de molen is nu onherkenbaar geworden en is als bouwland in gebruik. molennijbroek1
De molenaarswoning, die aan de Vaassenseweg 30 te Nijbroek staat, werd rond 1900 gebouwd. Bekend is het als een statig herenhuis met de groene luiken. Dochter Mina is in dit huis geboren en is er haar hele leven blijven wonen. Zij overleed op 29 mei 2009 en werd bijna 102 jaar oud. Met haar heengaan zijn ook de laatste herinneringen van “De Volharding” vervlogen in de tijd.
Terug

PICO.
Op 15 september 1920 kocht de fa. Labouchère uit Amsterdam, van de heren Bervoets uit Vaassen, een 24-tal bunders heide en bosgrond. Op dit aangekochte terrein wilden zij een 100-tal arbeiderswoningen te bouwen. De heren Labouchère waren financieel eigenaar van een nieuwe ijzergieterij in Vaassen, die toen in aanbouw was. Op 24 november 1920 werd bekendgemaakt dat de aanbesteding van de arbeiderswoningen spoedig zou plaats vinden. Men vond dit ongetwijfeld een hele aanwinst voor ons dorp, omdat het dorp hoe langer hoe meer op een industrieplaats begon te lijken. En dat was goed voor de werkgelegenheid en voor de middenstand ter plaatse. Door deze nieuwe fabriek zag de toekomst er heel rooskleurig uit. Op 29 juni 1921 werd bekend gemaakt dat de IJzergieterij en Machinefabriek van de fa. Labouchère en Co begin augustus in werking zou worden gesteld. Door geldgebrek kon het bouwen van de arbeiderswoningen voorlopig geen doorgang vinden. Niet veel later werd toch gestart met de bouw van deze woningen. Uiteindelijk werden er slechts 20 woningen gebouwd. Nu zijn er nog 18 over, doordat er jaren geleden één dubbele woning totaal is afgebrand. Door de afwijkende bouwstijl is het uiterlijk van deze woningen altijd bijzonder en opvallend geweest. De huizen werden, evenals de ijzergieterij, ook door een Duits aannemersbedrijf gebouwd en wel door de firma Pistor en Co. De afkorting van dit bouwbedrijf was “Pico.” Hierdoor zijn de namen “Picohuizen” en “Picobult” ontstaan. De Pico was globaal het terrein dat gelegen was tussen de Tuindorpweg, de Woestijnweg, de Kouwenaarsweg en de Vulcanusweg. Vroeger werd de Tuindorpweg ook nog een tijdje Koekoeksweg genoemd. In 1962 veranderde de naam Vulcanusweg in Van Riebeeckstraat en in 1973 werd het eerste deel van de Kouwenaarsweg veranderd in Potgieterstraat. picofreek2
Op het terrein van “De Pico” werd zand afgegraven voor de vormerij van de ijzergieterij “Vulcanus.” Na het gieten van het ijzer was dit vormzand vervuild geraakt en werd als onbruikbaar afgevoerd naar de afgegraven zandgaten. Op de lange duur werd er dan ook meer zand gestort dan dat er ooit afgegraven was en groeide de stortplaats uit tot een berg. Daardoor is de “Picobult” ontstaan. Begin zeventiger jaren van de vorige eeuw werd de Picobult binnen enkele maanden totaal afgegraven en bouwbedrijf Hewakon bouwde er een geheel nieuwe woonwijk op de afgegraven grond. De bouw hiervan verliep niet helemaal voorspoedig. De aannemer ging tijdens de bouw in 1973 failliet en veel kopers van de huizen liepen daardoor een behoorlijke financiële strop op. Er was door de gedupeerden al te veel vooruitbetaald voor een huis dat niet afgebouwd was. Het was groot nieuws en het televisiejournaal schonk er zelfs aandacht aan. Uiteindelijk is alles nog goed afgelopen. picofreek1
De 18 Picohuizen staan er ook nog als een rots in de branding, want duurzaam bouwen kon men, bijna een eeuw geleden, ook al heel goed. Deze Picohuizen met een Duitsachtig uiterlijk hebben de Picobult en de Vulcanus ruimschoots overleefd.

DE GRUTMEULE.
Ergens aan de Deventerstraat in Vaassen stond vroeger een grote villa met huisnummer 41 die toen in de volksmond “de Grutmeule” genoemd werd. Voor 1893 stond er aldaar een eenvoudige arbeiderswoning en dit huisje werd door de toenmalige eigenaar Arend Jan Zwerus, die toen ook wel “de Heilsoldaat” genoemd werd, verbouwd tot een royale luxe villa. In de beginjaren was het adres van de villa kom H 56.  In 1893 werd de woning verhuurd aan huisarts Gilles Jacobus van de Linde en zijn gezin. Nadat van de Linde 10 jaar lang de enige huisarts van Vaassen was geweest vertrokken zij naar Hilversum. De volgende bewoners werden de familie Lindeman. Cornelis Albertus Lindeman was koopman van beroep en was tevens paraplumaker. Een beroep dat honderd jaar geleden door kleine zelfstandigen veel werd uitgeoefend. In 1915 koopt een zekere Gerrit Heering de villa van Zwerus en gaat er samen met zijn twee zusters Henriëtte en Wilhelmina wonen en zij hebben de villa de naam “de Grutmeule” gegeven. grutmeule
De betekenis van grutten is het pellen of malen van boekweit en haver en de oude naam voor een kruidenierswinkel was grutterij. De familie Heering beoefenden in het verleden veelal het beroep van molenaar of het vak van kruidenier. Vandaar dat de naam “de Grutmeule” misschien hierdoor te verklaren is, mede omdat op de plek van de villa in het verleden nooit een molen gestaan heeft. De drie bewoners van de Grutmeule  waren respectievelijk broer en zusters van de vrouw van Herman Daams, de korenmolenaar uit Vaassen. Gerrit Heering was een persoon van aanzien in de dorpsgemeenschap van Vaassen. Een heer van stand. Hij was voorzitter van de Nederlandse Protestanten Bond in Vaassen en heeft op allerlei gebied meegeholpen dat het kerkje van de vrijzinnige geloofsgemeenschap  tegenover zijn huis kon worden gebouwd in het jaar 1937. Heering overleed op 9 april 1948 op 86 jarige leeftijd. Zijn zuster Wilhelmina was al in 1924 overleden en zijn zuster Henriëtte overleed in 1943.  Daarna werd de villa verkocht aan de N.V. Industrie te Vaassen en deze gebruikte de woning om hoger opgeleid personeel te kunnen huisvesten. Een bekende bewoner van de villa was toen J.R. (Jan) Gomes die werkzaam was bij de Industrie. Hij was de schrijver en de regisseur van het eerste openluchtspel dat na de oorlog in 1948 bij kasteel de Cannenburch vertoond werd. Tevens was Gomes jarenlang regisseur en drijvende kracht van de toneelvereniging “Dindoa” uit Vaassen. Rond 1964 werd de villa “de Grutmeule” aangekocht door de gemeente Epe. Kort daarna werd alles afgebroken om plaats te maken voor de aanleg van een toegangsweg voor de nieuw te bouwen woonwijk “de Heggerenk”. Vanaf de Deventerstraat is het begin van de Jasmijnstraat over het vroegere bouwperceel van de villa aangelegd. Westelijk van de Jasmijnstraat zijn daarna twee nieuwe huizen gebouwd aan de Deventerstraat. Op de eerste woning stond de naam vermeld “de Grutmeule” en de tweede woning kreeg de naam “Heeringshof”. De naam “de Grutmeule” is ondertussen van dit huis verwijderd. Het bord “Heeringshof” op de woning met het huisadres Deventerstraat 45 is nog steeds te zien. Dit huis staat op de plaats waar vroeger de tuin van de villa van Gerrit Heering gelegen was. Heeringshof is dus hier op deze plek een zeer toepasselijke naam. Jammer dat zo’n monumentale villa in de zestiger jaren van de vorige eeuw met de grond gelijk gemaakt is. Op deze manier  zijn er veel historische gebouwen in het dorp verdwenen
Terug

BLOOTE ARMS.
Nog niet zo heel erg lang geleden was er enige ophef over een leerkracht op een school in Emst. Bijna tachtig jaar eerder was er commotie over een leerkracht van een school uit Oene. jan-van-riemsdijk
De Veluwse dichter-zanger en voordrachtkunstenaar Jan van Riemsdijk (1879-1954) heeft er toen een liedje over geschreven. Of wel een vassien over ‘e maak.Hier volgt de oorspronkelijke tekst.:

In de Oener biebel-schoele stund een juffrouw veur de klas, Die op Amsterdamsche mode luchtig an ‘e trukken was. Korte rukkies, bloote armpies, zoo een stadsche ook al giet, Moar het schoolbestuur in Oene wol die bloote arms niet.

Refrein:  O! Oene, Oene, Oene.
Heel Nederland kent oe
Ie heb een reuze name
Deur oe bloote arms gedoe.

Stiekum heb ze toen vergaderd want zie, zei de president Ik zeg oe, dat an die deerne veul meer slechte fouten bent. Woarum altied in busse  half naakt op Dêventer an? Woarum noa de Eper domenee?  ’t Is of d’ Oener het niet kan!
Refrein.

Toen gonk ’t onderwiezeressien noa een gladde advekoat, En mos ’t schoolbestuur in Utrecht met heur veur de hooge road. En toen keken ook die heeren al dat bloote is goed an, Moar de heele road bleef kalmpies, niemand ward er anders van.

Refrein.

Ja moar zei toen weer een ander, drie joar is zie hier ‘e wes. Altied deu zie trouw heur plichte, want de kinder leerden bes. Moar de president die won het en het kwam tot dit besluut: Al liep Eva ook spiernakend, d’Schooljuffrouw die zal er uut.

Refrein.

Dat was veur de Oener heeren wa’j noe nuump een reuzen strop, Want die gongen weer op huus an met de kouse op de kop. Want de road die had niks tegen zoo’n ech nieujmoodse japon En zei da’j met bloote arms ook een lessien geven kon.

Refrein.

En zie kregen een duur lessien, t’kosten heur nog leelik geld. Want de onderwiezeresse ward in eere weer hersteld. Van dit bloote armen zaakien kwamp in Holland zoo’n geproat, Dat noe wel die schoolbestuurders bloote arms met ruste loat.

Refrein. Terug



HET HOTEL.
Op woensdag 18 maart 1970 stond het volgende in de krant. Dit hele gebeuren wat toen beschreven werd over de afbraak van het Hotel, bleef altijd een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Vaassen. Hier volgt de letterlijke tekst:
“In verband met de sloopwerkzaamheden van het voormalige hotel restaurant De Cannenburgh, Dorpsstraat 60 te Vaassen, zal het verkeer dat uit de richting Epe komt, gedurende enkele dagen moeten worden omgeleid van 8 uur tot 18 uur, hetgeen gisteren inging. Verder op vrijdag 13 maart en maandag 16 maart. Gedurende deze tijd wordt het verkeer uit Epe dat in de richting Apeldoorn gaat, omgeleid via de Markt, Torenstraat en Marijkeweg, waar tevens één richtingverkeer geldt, hetgeen met verkeersborden wordt aangegeven. Het verkeer uit de richting Apeldoorn kan de Dorpsstraat ongehinderd blijven volgen”. De sloop kan voor omwonenden ook wat overlast geven.
Zo kwam Hotel de Cannenburgh onder de slopershamer. Het werd een roemloos einde. De afbraak gaf nogal verkeersoverlast. De autosnelweg A 50 was er nog helemaal niet, dus al het doorgaande verkeer van Apeldoorn naar Zwolle en omgekeerd kwam door het dorp rijden. In de volksmond werd dit nogal groot uitgevallen bouwwerk “Het Hotel” genoemd. Een legendarisch horeca gebouw met een lange geschiedenis, dat in het geheugen van veel Vaassenaren nog steeds niet vergeten is. Als we het ontstaan van deze oude herberg naast de dorpskerk willen weten, dan moeten we terug gaan naar begin 1800. De Vaassenaar Jan Hulsman trouwde op 29 augustus 1802 met een meisje uit Epe, genaamd Harmina Brouwer. Samen hadden ze een klein keuterboerderijtje in het centrum van het dorp. Ze hielden een koe, een varken, een geit, een paar schapen en wat kippen. Dat was heel normaal in die tijd. Als bijverdienste van hun karige bestaan maakten ze ruimte in de achtergelegen schuur waar een paard met wagen of koets gestald kon worden. En voor de koetsier of de voerman werd een slaapgelegenheid gemaakt in de woning van de boerderij om te kunnen overnachten. En dat alles tegen betaling. Jan Hulsman en zijn vrouw zorgden ook dat mens en dier goed van eten en drinken werden voorzien. Zelfs alcohol kon in de gelagkamer genuttigd worden, zodat de gasten de volgende dag weer ontspannen hun reis konden vervolgen. Zo ontstond er een kleine stalhouderij en een logement aan de grindweg van Het Loo naar Hattem. Het ging goed met dit jonge gezin en hun bedrijf. Jan en Mina kregen samen vier dochters. Kort na de geboorte van de jongste dochter overleed Jan Hulsman plotseling op vrij jonge leeftijd. Mina bleef als weduwe alleen achter met haar kinderen. Wel kreeg ze veel hulp van haar dochters. Kinderarbeid was toen nog niet verboden. Dochter Johanna (1806-1878) trouwde in 1842 met Jan Scheidemans. Hij was een zoon van de Vaassense veldwachter. Het jonge paar namen het logement over van moeder, die in 1852 overleed. Zij was bijna de helft van haar leven weduwvrouw geweest. Jan Scheidemans die huisschilder van beroep was, werd nu ook stalhouder en kastelein. Een ongehuwde zuster van Johanna, genaamd Elisabeth, bleef bij haar inwonen en was haar hulp en toeverlaat. En het logement werd steeds drukker en werd een populaire pleisterplaats. Onder hun leiding werd de oude boerderij verder uitgebouwd en er werd een stalling met koetshuis bijgebouwd om de huisvesting mogelijk te maken van meerdere paarden met wagens. Het geheel kreeg de naam “Het Posthuis”. De postkoets, die van Arnhem naar Zwolle reed, had als vaste halteplaats het logement van Scheidemans in Vaassen. Vandaar deze nieuwe naam. Na 1871 volgden er vele nieuwe eigenaren en exploitanten elkaar op. Alleen de meest bekende namen worden hier genoemd, anders wordt het verhaal te lang en te uitgebreid.
Rond 1883 was dit Sikkens en de naam van het hotel werd “het logement van Sikkens”Bernard Franciscus Gemke was er van 1901 tot 1923. Een grote verbouwing volgde in 1905. met name het hotelgedeelte werd door Gemke enorm uitgebreid. Hij was de man die de oude naam Sikkens veranderde in Hotel de Cannenburgh.  hotel-de-canneburgh-oud
Dan B. Smit van 1930 tot 1957. Smit verbouwde het aanliggende koetshuis om zodat er meer zaalruimte beschikbaar kwam. Smit exploiteerde gelijktijdig vanaf 1939 enkele jaren een thee schenkerei in het kasteel de Cannenburch. Tenslotte was het de laatste eigenaar, J.N. v.d. Pijl, die het hotel de Cannenburgh aan de toenmalige Cooperatieve Raiffeisenbank verkocht, waarna helaas afbraak volgde.  hotel-de-cannenburg-sloop
Alleen is er een oorspronkelijk  glas in lood raam bewaard gebleven van dit unieke gebouw. Het is helaas een tragische geschiedenis. En het herhaald zich steeds weer. Er blijven altijd mensen bestaan die alleen maar willen slopen. Waarom moet telkens weer al het oude verdwijnen?
Terug