klokje-gped

Home

St. Vaassen.Nu

Agenda Vaassen e.o.

Alle info Vaassen

Laatste Nieuws

Sport Nieuws

‘t Loar

Geschiedenis Vaassen

Verhalen over Vaassen

Foto’s en videofilms

Oude foto’s en films

Muziek uit Vaassen

Evenement aanmelden

Contact

Onze Sponsoren

www.vaassen.nu alles over Vaassen, iedere dag nieuw!

Iets over de geschiedenis van het dorp Vaassen

De vroegste tekenen van bewoners in deze omgeving zijn de grafheuvels en 'Celtic Fields' (prehistorische akkers) ten noordwesten van Vaassen op de Veluwe, tussen de Elburgerweg en Gortelseweg. Het waren Germaanse boeren en leefden daar nog voor de Romeinse tijd. Ze woonden in houten hutten en leefden van de landbouw, veehouderij, kruiden en de jacht.Het dorp wordt voor het eerst vermeld in een akte uit de Codex Laureshamnensis van het klooster uit 891 of 892 als een Brunhilde een hoeve en de kerk aan Lorsch schenkt . De toenmalige naam Fasna zou duiden op een grassoort.

Het dorp Vaassen (nedersaksisch Vaossen
) is een van de grotere kernen van de Nederlandse gemeente Epe. Vaassen ligt tussen Apeldoorn en Zwolle aan de oostrand van de Veluwe in de provincie Gelderland en heeft 12.739 inwoners ( januari 2007).
Het dorp ontleent haar ouderdom aan een akte uit de Codex Laureshamnensis. Na wetenschappelijk onderzoek is vast komen te staan dat rond het jaar 800 een villa Fasna bestond, waar toen een kerk werd gesticht. Lang werd ervan uitgegaan dat deze stichting in 891 of 892 plaatsvond, maar dit berust op een verkeerde interpretatie van bovengenoemde codex.

In Vaassen staat het kasteel de Cannenburgh, ooit bewoond door veldheer Maarten van Rossum. Het kasteel dateert uit 16e eeuw. Midden in het dorp staat de Dorpskerk met een kerktoren van omstreeks 1500 In de dorpskerk bevindt zich de grafsteen van een van de vroegere bewoners van de Cannenburgh.
De naam Fasna kwam reeds in de 9e eeuw voor en zou duiden op een grassoort.
Voor het begin van onze jaartelling was het gebied van de huidige gemeente Epe bewoond. Er zijn veel prehistorische vondsten en aanwezige grafheuvels uit de nieuwe steentijd (4000-1700 voor Christus). Bijzonder in Nederland zijn zogenaamde "celtic fields" (prehistorische akkers met een vierkante vorm omgeven door aarden walletjes). Er ligt een heel complex (ca 76 ha) van deze akkers bij Vaassen, rond de Gortelseweg. Ze dateren uit de IJzertijd.
De ijzertijd is de periode in de prehistorie die volgde op de bronstijd. De ijzertijd is de jongste periode van de prehistorie. De exacte periode van de ijzertijd is afhankelijk van de cultuur en geografische ligging.
In West-Europa is dit van circa 800 voor Chr. tot de Romeinen naar de lage landen komen (circa het begin van onze jaartelling).
celtic-fields1

celtic-fields2
Celtic Fields omgeving Gortelseweg: Luchtfoto genomen door de Royal Air Force in september 1944. Door de ondergaande zon zijn de schaduwen van de wallen duidelijk zichtbaar.
Ook zijn in deze omgevingmeerdere grafheuvels.Het best waarneembare deel van het akkercomplex ligt op een heideveld ten westen van de Gortelseweg. Zelfs nu is het nog te zien in de akkers en weiden aan de oost zijde van de Gortelseweg. (Foto uit archief G.A.J.von Freitag Drabbe.)

 

De kadastrale gemeente Vaassen rond 1830
door G. Kouwenhoven en A.C.S. Wolters van der Weij

Inleiding
De kadastrale gemeente Vaassen maakt deel uit van de burgerlijke gemeente Epe. De grenzen daarvan vallen samen met die van het aloude ambt Epe. Met ingang van 1 januari 1809 vinden enige gebiedswijzigingen plaats:. Vaassen wordt van het ambt Epe afgescheiden en bij het ambt Het Loo gevoegd. Bij Epe komen dan Nijbroek en Welsum. De inlijving bij Frankrijk brengt in 1811 een nieuwe bestuurlijke indeling. De mairie Epe valt dan samen met het kerspel van die naam. De mairie Vaassen omvat als gevolg daarvan de kerspelen Vaassen en Oene. De indeling blijft in wezen tot 1 januari 1818 bestaan, wanneer de beide gemeenten Epe en Vaassen worden samengevoegd tot het schoutambt Epe. Sindsdien is de gemeente Epe weer één bestuurlijk geheel. Het tijdelijk samengaan van Vaassen met Oene heeft geen gevolgen gehad voor de begrenzing tijdens de kadastrering van de kadastrale gemeente later. Vaassen wordt een aparte kadastrale gemeente en Epe en Oene vormen samen de kadastrale gemeente Epe en Oene. Binnen de kadastrale gemeente Vaassen ligt zodoende slechts één kerkdorp. Het later ontstane kerkdorp Emst valt binnen de kadastrale gemeente Epe en Oene Het grondgebied van de kadastrale gemeente Vaassen heeft een langgestrekte vorm. Globaal is de lengte van west naar oost dertien kilometer en van noord naar zuid drie en een halve kilometer. Van west naar oost is het hoogteverschil ongeveer 55 meter; Het hoogste punt in het westen ligt omstreeks 60 meter boven N.A.P., Het laagste in het oosten circa vijf meter. Dit hoogteverschil heeft niet alleen gevolgen voor het grondgebruik, maar het schept bovendien de mogelijkheid het water van de beken als energiebron voor de nijverheid te gebruiken. Langs de oostelijke rand van het hoge deel van de Veluwe treft men het gebruik van water als energiebron veelvuldig aan, bijvoorbeeld in Heerde, Epe, Vaassen en Apeldoorn.
Vaassen heeft ten tijde van de kadastrering twintig watermolens, waarvan zestien ten behoeve van de papiermakerij. Toch is Vaassen dan nog voornamelijk een agrarisch dorp. Sedert 1829 verbindt het Apeldoorns Kanaal met de IJssel en de IJsselsteden Zwolle en Kampen en vandaar verder over de Zuiderzee met het westen van Nederland, want vanuit Kampen vaart een beurtveer op Amsterdam. Het isolement van de Oost-Veluwe is door de aanleg van het Apeldoorns Kanaal doorbroken, want voordien moest men eerst naar Elburg lopen om daar op de boot naar Amsterdam te stappen. In 1844 wordt het isolement nog verder teruggedrongen doordat de weg van Hattem over Vaassen naar Het Loo met grind wordt verhard waardoor de begaanbaarheid in alle jaargetijden verbeterd. De aanleg van de spoorlijn Zwolle-Apeldoorn echter laat dan nog 43 jaar op zich wachten.

De grenzen van Vaassen
Het grondgebied van Vaassen grenst aan vier gemeenten. Ten noorden ligt de kadastrale gemeente Epe en Oene en ten oosten de kadastrale gemeente Nijbroek die deel uitmaakt van de burgerlijke gemeente Voorst. In het zuiden grenst Vaassen aan de burgerlijke gemeente Apeldoorn -waartoe ook de kadastrale gemeente Beekbergen behoort- en in het westen is nog een korte grens met de kadastrale gemeente Nunspeet, die dan behoort tot de burgerlijke gemeente Ermelo. In de vrij regelmatig lopende grenzen is een opvallende inham aan de zuidkant van Vaassen. Het betreft een stuk grond dat aan stadhouder Willem III is verkocht. Naderhand is daar een eendenkooi ingericht.' Dit gebied is later via de heerlijkheid Het Loo bij de gemeente Apeldoorn ingedeeld. De kadastrale gemeente Vaassen is in 1832 in acht secties verdeeld. De secties worden aangeduid met hoofdletters en een naam. De volgende secties komen in Vaassen voor: A Het Broek B De Ganzen Emmer C Het Dorp D De Wanenk E De Heide F Niersen G De Cannenberg H Hegger Enk De secties krijgen voor de inwoners herkenbare namen. Dat men hier niet altijd in is geslaagd, blijkt uit de namen van sectie B en sectie G. Sectie B is genoemd naar de boerderij de Ganzenebbe, maar de naam is verbasterd tot Ganzen Emmer. Sectie G heeft biij de kadastrering de naam de Cannenberg gekregen in plaats van de Cannenburch zoals het kasteel heet. In deze sectie bezitten de heren van de Cannenburch ruim 83% van de totale oppervlakte. De in het westen gelegen sectie E(de Heide) is de grootste sectie met een oppervlakte van 1791 hectare,. Dat het hier uitgestrekte percelen betreft -meest heide- moge duidelijk zijn. De kleinste sectie, met een oppervlakte van 146 hectare, is de meest centraal gelegen sectie C (het Dorp). Deze sectie is het meest verkaveld: 541 percelen. Het hoogteverschil en de waterstaatkundige toestand zijn er de oorzaak van dat er grote verschillen bestaan tussen de hoge, droge, westelijke secties, de in het midden gelegen en de lage, natte secties in het oosten.

De soorten van eigendom
Het eigendom wordt verdeeld in twee categorieën: ongebouwd en gebouwd. Binnen beide categorieën vindt een onderverdeling in soorten plaats. Deze "soorten van eigendom" worden ingedeeld in klassen die elk een eigen tarief voor de grondbelasting hebben. De tarieven voor de verschillende soorten van ongebouwde eigendommen variëren per hectare van f 0,25(voor heide en zand van de derde klasse) tot f 40,=(voor tuinen van de eerste klasse). De bouw-, hooi- en weilanden zijn in vijf klassen verdeeld. De tarieven voor de bouwlanden zijn gelijk aan die van de hooi- en weilanden, ze variëren per hectare van f 3,= voor de vijfde klasse tot f 22,= voor de eerste klasse. De tuinen, verdeeld in drie klassen, worden het hoogst gewaardeerd: het tarief per hectare is respectievelijk f 24,=, f 34,= en f 40,=. De bossen, ingedeeld in 4 klassen, verschillen evenals de bouw-, hooi- en weilanden per klasse behoorlijk in waarde: het tarief varieert van f 4,= tot f 24,= per hectare. Opvallend is dat het tarief per hectare voor bos van de eerste klasse (f 24,-) iets hoger dan voor bouwlanden van de eerste klasse (f 22,=) Dennenbossen zijn apart vermeld op de Tarieflijst. Ze zijn ingedeeld in drie klassen en tamelijk laag gewaardeerd: f 2,= tot f 8,= per hectare. In de oostelijke, lager gelegen, drassiger secties A (het Broek) en B (den Ganzen Emmer)) liggen de hooi- en weilanden. In sectie F (Niersen) overheersen de bouwlanden. In sectie E (de Heide) komt naast heide ook hakhout en dennenbos voor. Ander grondgebruik is in die sectie nauwelijks van betekenis. Het aanzien van deze sectie is nadien totaal veranderd. Waar nu bossen zijn, lagen in 1832 nog uitgestrekte heidevelden met fraaie vergezichten en hier en daar wat hout gewas. De gegevens van het Kadaster bevestigen dit beeld: in sectie E ligt 1528 hectare heide tegen 227 hectare bos. Maar ook in de andere secties komt heide voor.Van het totale grondgebied van de kadastrale gemeente Vaassen beslaat de heide 51%.Uit vergelijking van de Tarieflijst van Vaassen met die van de kadastrale gemeente Epe en Oene blijkt dat de tarieven voor de heffing van de grondbelasting in Vaassen over het algemeen iets lager liggen. Zo zijn de bouw- hooi- en weilanden van de eerste klasse in Epe en Oene f 4,= per hectare hoger aangeslagen dan in Vaassen.
Ook de ondergrond der gebouwde percelen (steeds klasse 1) wordt in Vaassen lager aangeslagen: f 22,= tegen f 26,= in Epe en Oene.

De gebouwde eigendommen
De Vaassense Tarieflijst vermeld twee soorten gebouwde eigendommen: huizen en molens. De huizen zijn verdeeld in 13 klassen, variërend van f 270,- voor de eerste klasse,tot en met f 3,- voor de laagste klasse. Veertien huisjes vallen in de laagste klasse.In de hoogste klasse (klasse 1) is kasteel de Cannenburch ingedeeld. Het is daarmee het hoogst aangeslagen particuliere huis in de burgerlijke gemeente Epe. De Hervormde pastorie (sectie C nr. 189), eigendom van de "Pastorie van Vaassen" en de Hervormde Kerk (sectie C nr. 57) eigendom van de "Kerk van Vaassen" zijn onbelast. De rooms-katholieke kerk die in 1832 op de Oosterhof is gebouwd, staat nog niet in de KadastraleLegger, Eerste Gedeelte vermeld maar komt wel in de O.A.T. voor (sectie C nr. 437). Van de 232 belastbare huizen staan er 76 in sectie C, het Dorp. Van deze huizen staan de duurste aan de weg van Arnhem naar Zwolle. De huizen aan deze weg geven een gemiddeld belastbaar inkomen van f 45,-. De meeste eigenaren van deze huizen vallen onder de beroepscategorie (kleine) zelfstandigen:; het zijn bakkers en kooplieden en verder nog een herbergierster, een horlogemaker, een schilder, een schoenmaker en een winkelier. Maar ook de notaris en drie renteniers bezitten gebouwde eigendommen aan deze weg. Eén van deze drie renteniers, de wed. F. Palm, heeft er zelfs drie huizen in eigendom staan (sectie C nrs. 110, 112, en 125). Huizen van de laagste klasse (klasse 13) komen in deze sectie niet voor. Zij staan vooral in de sectie F (Niersen). Het zijn er in totaal zeven. In de omvangrijke sectie E (de Heide) komen slechts vier huizen voor die in de goedkopere klassen zijn ondergebracht, variërend van f 3,- tot f 15,-. Bij het huis sectie G nr. 83 -eigendom van F.C.Th. van Isendoorn à Blois- is in de Kadastrale Legger, Eerste Gedeelte aangegeven dat het een vrijstelling geniet voor het betalen van grondbelasting op het gebouwde eigendom. Deze vrijstelling is (om onbekende redenen) verleend over de periode 1829-1836 "In de O.A.T. wordt dit huis wèl vermeld met een belastbaar inkomen van f 36,=.In de totale optelling van het belastbaar inkomen volgens Tabel 2 is dit huis meegeteld. Op de grondbelasting van twee gebouwde eigendommen, staande in het centrum van Vaassen, wordt in 1833 -dus kort nà de inwerkingtreding van het Kadaster- voor een periode van acht jaar vrijstelling verleend. Het betreft de huizen die kadastraal geregistreerd staan als sectie C nrs. 64 en 96. De panden zijn naast elkaar gelegen en op 22 januari van dat jaar geheel. afgebrand. Bij wet van 28 maart 1828 (Staatsblad nr. 8) is onder andere bepaald dat vrijdom van grondbelasting op gebouwde eigendommen wordt verleend voor een tijdsduur van acht jaar indien een gebouw door brand (of andere rampen) is verwoest en er op hetzelfde perceel nieuwbouw plaatsvindt. De hoogst aangeslagen molens zijn de kopermolen en een koorn- en pelmolen, elk voor f 400,-. De papiermolens zijn in acht klassen ondergebracht, variërend van f 110,= tot f 360,=. Al deze molens worden door water aangedreven; de windkorenmolen is er dan nog niet. Alle zestien papiermolens zijn eigendom van de gebroeders van Isendoorn à Blois, de bewoners van kasteel de Cannenburch. Zij zijn gelegen in; sectie C (het Dorp) één; sectie D (de Wan Enk) één, sectie F (Niersen) vijf; sectie G (de Cannenberg) zes en sectie H (Hegger Enk) drie. Ze zijn gezamenlijk aangeslagen voor een belastbaar inkomen van f 3.310,=. Volgens de O.A.T. staan in Vaassen in 1832 in totaal twintig molens. Een aantal van deze molens staan met de naam op de minuutplans aangegeven
De rechten
Behalve het recht van eigendom komt in Vaassen in 1832 alleen nog het recht van opstal voor. In drie secties (C, D en F) hebben vijf grondeigenaren dit recht aan acht natuurlijke personen verleend. De opstallen zijn zeven huizen en één kopermolen. De molen (sectie C 537) die bekend staat als de Amsterdamse kopermolen is eigendom van de uit Amsterdam afkomstige Gijsbert Kemper. Het belastbaar inkomen bedraagt f 400,=.
Op de overige zeven percelen zijn huizen gebouwd, het belastbaar inkomen daaruit varieert van f 3,= tot f 63,= F.C.Th. van Isendoorn à Blois heeft vier van de acht percelen waarop dit recht rust, uitgegeven. De landbouwer Albert Jans ten Hove heeft het kleinste perceel (sectie F nr.. 192, groot 1,16 are) waarop het recht van opstal rust, uitgegeven. Op dit perceeltje heeft Barth Cramer, de opstalhouder, een huisje gebouwd; het belastbaar inkomen is f 3,=. De Kadastrale Legger, Eerste Gedeelte vermeldt dat dit huisje bij de inwerkingtreding van het kadaster reeds is afgebrand.

De eigenaren
Onder de eigenaren bevinden zich dertien rechtspersonen, die samen 51% (1965 hectare) van de oppervlakte der gemeente in eigendom hebben. Eén rechtsper- soon; de armen van Vaassen en consorten, die in de Lijjst der Eigenaren voor- komt, heeft bij de inwerkingtreding van het Kadaster geen bezittingen meer. Het blijkt dat de "Gemeente Vaassen" in 1832 verreweg de grootste grondbezitter onder de rechtspersonen is. Zij bezit 94% van de door de rechtspersonen in eigendom gehouden grond. De "Gemeente Vaassen" is de benaming die bij de kadastrering wordt gebruikt voor de geërfden die ook worden aangeduid als "buurschap Vaassen". De drie Vaassense Gilden bezitten in 1832 gezamenlijk bijna acht hectare. Inclusief het onroerend goed van de Gilden hebben de Vaassense kerkelijke en charitatieve instellingen binnen Vaassen ruim 78 hectare in eigendom, dat is bijna 4% van het totale grondbezit der rechtspersonen. De rechtspersoon met het minste grondbezit is de r.k. gemeente. Zij bezit slechts de grond waarop de kerk gebouwd is. Het grondbezit van de natuurlijke personen is, in volgorde van de grootte van het grondbezit, als volgt verdeeld: Van de natuurlijke personen bezit F.C.Th. Baron van Isendoorn à Blois (artikel- nummer 88) de meeste grond: ruim 570 hectare. De ongeveer 340 hectare, die bovendien op zijn naam zijn gesteld (artikelnummer 93) zijn niet zijn persoonlijk eigendom, het is nog onverdeeld (familie)eigendom.
De toevoeging'en consorten' achter zijn naam geeft aan dat er mede-eigenaren zijn. Dit bezit bestaat uit aan- delen in het Koningshout en het Vreebos. Het gaat om heidevelden, hakhout en dennen, merendeels gelegen in sectie E (de Heide) in het westen van Vaassen Hoe het aantal eigenaren zich verhoudt tot het grondbezit blijkt uit de diagram- men. 1 en 2. Van alle belastbare huizen, die Vaasen in 1832 heeft, bezit F.C.Th. Baron van Isendoorn à Blois er 36 waaronder het kasteel de Cannenburch (sectie G nr. 97) en twee zomerhuisjes voor eigen gebruik (sectie G nrs. 115 en 118). Van de twintig molens zijn er negentien eigendom van de gebroeders Van Isendoorn à Blois. Hiervan heeft Frederik Carel Theodorus er zeventien op zijn naam staan: één koorn- en oliemolen, één koorn- en pelmolen, één eekmolen'en veertien papiermolens'.Zijn broer Reinder Albert Lodewijk is eigenaar van één huis en de overige twee (Hofse) papiermolens met de beide daarbij behorende huizen (sectie H nrs. 55 en 60). Al deze molens, huizen en veel landbouwgrond zijn door de Isendoorns verpacht. De enige molen in Vaassen die niet in het bezit is van de Van Isendoorns -de al eerder genoemde Amsterdamse kopermolen- wordt in 1864 door F.C.Th. van Isendoorn à Blois aangekocht. Hierdoor komt een einde aan de koperfabricage die dan plaats maakt voor een grofijzersmelterij. Na de dood van Van Isendoorn komt de molen in bezit van F.J. Hallo, die vervolgens zijn eigendom in 1871 verkoopt aan de Amsterdammer J.R. Kemper. Kemper verpacht de molen aan M. van Delden, die er een papierfabriek begint. In 1899 is het een dubbelbedrijf: papierfabricage en wasserij. De wasserij van Van Delden is nog steeds op deze plaats in bedrijf.
Sinds 1558 is het rooms-katholiek geslacht Van Isendoorn à Blois verbonden met het kasteel de Cannenburch, Frederik Carel Theodorus (1784-1865) die een centrale rol in het economische en maatschappelijke leven in Vaassen heeft gespeeld, is de laatste telg uit dit geslacht die eigenaar van. de Cannenburch is geweest. Zijn weduwe -de douarière Charlotte T.M.A. Barones van Oldeneel tot Oldenzeel (1809- 1881)- heeft tot haar overlijden op het kasteel gewoond. Daarna is het in vreemde handen overgegaan. In 1945 komt het kasteel onder beheer van Vrienden der Geldersche Kasteelen te Arnhem, die sedert 1951 eigenaresse is. Op de eerste verdieping van het kasteel is een huiskapel, die ook enige tijd heeft dienstgedaan als r.k. schuilkerk voor de dorpelingen. Vaassen heeft mede hierdoor voor Veluwse begrippen, een grote katholieke bevolkingsgroep behouden. In de Lijst der Eigenaren komt het beroep dagloner verreweg het meest voor: 64 eigenaren. Landbouwers en renteniers, respectievelijk 36 en 24 eigenaren volgen op de tweede en derde plaats. Karakteristiek voor Vaasssen is het beroep papiermaker, 11 papiermakers bezitten onroerend goed in deze kadastrale gemeente en één papiermakersknecht heeft er het recht van opstal. Zeven van de elf papiermakers wonen in Vaassen, twee in Epe en twee in Apeldoorn. Deze beroepen worden uitgeoefend door inwoners van Vaassen én uitwonende eigenaren; de predikant der Waalsche Gemeente bijvoorbeeld woont in Arnhem.

Verleden en heden
In de agrarische gemeenschap Vaassen is al sinds de zeventiende eeuw nijverheid aanwezig in de vorm van papiermolens. Deze molens draaien op de kracht van het water dat wordt gewonnen uit de beken die het landschap van west naar oost door- snijden. Deze beken leveren ook het schone proceswater dat voor de fabricage van papier nodig is. In de zeven schoutambten.die tot het district Neder-Veluwe hebben behoord, komen in 1808 maar liefst 104 molens voor waarvan 75 papiermolens. Vaassen telt in dat jaar zestien papiermolens. In de loop van de negentiende en twintigste eeuw is hieruit een behoorlijke bedrijvigheid gegroeid. Maar de papiermolens hebben het allemaal moeten opgeven door de concurrentie van de grotere machinale papierfabrieken. Voor de papiermakerij in de molens zijn echter andere activiteiten in de plaats gekomen. De gebouwen hebben een andere bestemming gekregen want zij lenen zich evenals het water uit de beken ook uitstekend voor het vestigen van wasserijen. Bovendien is in Vaassen de ijzer- en aluminiumindustrie geïntroduceerd en een chocoladebedrijf. In 1832 functioneert Vaassen nog vrijwel als tijdens de Republiek. In de loop van de 19e eeuw echter is het grondgebruik sterk veranderd. Veel heidevelden zijn omgezet in prductiebossen. De verdeling van de gemeenschappelijke gronden van de buurschap Vaassen (Gemeente Vaassen) heeft nog heel wat voeten in de aarde gehad evenals de overdracht van de door de buurschap beheerde wegen aan de gemeente. De akkerbouw is teruggelopen ten gunste van de veeteelt. Ook het areaal heide is afgenomen. Schapen zijn er bij lange na niet meer in de aantallen van destijds. Thans maakt kunstmest de agrariërs onafhankelijk van de organische mest uit de potstallen. De veeteelt staat niet langer ten dienste van de akkerbouw. Het dorp Vaassen is sterk uitgebreid en de bebouwing neemt een veel groter ruim- tebeslag in. Het aantal inwoners is sindsdien bijna vertienvoudigd: van 1.380 in 1825 naar circa 13.200 heden. Nauwkeurige bestudering van het geboden feitenmateriaal van 1832 geeft ons een beeld van een gemeenschap die in de 150 jaar nadien sterk is veranderd. Veel sterker ongetwijfeld dan in de 150 jaar ervoor. Zodoende hebben we een gedetaillleerde blik op het Vaassen van 1832, maar evenzogoed van het Vaassen van het midden van de achttiende eeuw of van rond 1700. Het Kadaster kwam met zijn registratie als het ware precies op tijd. Aan het eind van een periode van tamelijk rustige ontwikkelingen en aan het begin van stormachtige veranderingen, is de toestand van de gemeente in een schitterend samenstel van documenten vastgelegd.

Geschiedenis van eigenaren van de watermolens.

Nummer

namen der molens

eigenaren

pachters

1. Papiermolens

C 87

Dorpsemolen I

F.C.Th. van Isendoorn à Blois

W. Anthoon

D 222

Dorpsemolen II

id

L. Mulder

F 6

Holtse molen I

id

G. Roskam

F 91

Holtse molen II

id

G. Mulder

F 25

Hattemsemolen

id

B. Terwel

F 54

Geelmolen I

id

H. Roes

F 62

Geelmolen II

id

H. Mentink

G 131

Het Kraaienest

id

K. de Graaf

G 178

Het Citadel

id

D. Smit

G 183

Brinkermolen I

id

M. Smit

G 197

Brinkermolen II

id

W.L.van Tongeren

G 226

Rollekootsemolen I

id

K. Kamphuis

G 227

Rollekootsemolen II

id

id

H 55

Hofsemolen I

R.A.L. van Isendoorn à Blois

G. v.d. Beld

H 60

Hofsemolen II

id

E. Montizaan

H 316

Oosterhofsemolen(ook Bloemkolksmolen)

F.C.Th. van Isendoorn à Blois

L. Aarnink

2. Koorn- en oliemolen

B 111

Griftsemolen

F.C.Th. van Isendoorn à Blois

L. Koekkoek

3. Koorn- en pelmolen

G 81

Cannenburchmolen

F.C.Th. van Isendoorn à Blois

Wed. Koekkoek

4. Kopermolen

C. 537

A'damse kopermolen

G. Kemper

Z. Kemper

5. Eekmolen

H. 394

Griftsemolen

F.C.Th. van Isendoorn à Blois

L. Koekkoek

Terug